1.

Ik zou je tussen de gordijnen willen zien

Of verscholen achter een stellingskast

Dat ik altijd je aanwezig zijn kon voelen

Zonder dat je aanwezig was

 

2.

3.

De trein zit vol

De trein zit bomvol

Er kan geen hond meer in

Was ik maar zo’n hond

Dan zat ik tegen je aan

In plaats van hier zo tussen in

 

Dan mocht ik trillend op m’n poten

Me vastklampen in je jas

En al m’n angsten laten varen

In een angstplas

4.

Ik woon nog bij mijn ouders

Een tijdje niet

En nu weer wel

Ik praat soms met een vreemde

Dan zeg ik dit niet zo snel